Puppen

De pup, zoals elke pup ondergaat een aantal stadia van ontwikkeling, die belangrijk zijn bij zijn leerproces.
We onderscheiden de volgende,

1: Neonatale fase van 0-2 weken
In deze fase slaapt en drink de pup vooral. Hij kan kruipen en gebruikt dit om warmte te zoeken.

2: Overgangs fase, van 2-3 weken.
De oren gaan open, de pup leert lopen en hij kan zelfstandig vloeistof op likken.

Dan een van de kritische periode in de ontwikkeling van de hond, waar de juiste ervaringen van essentieel
belang zijn voor de ontwikkeling.

Socialisatie periode, 3-12 weken.
Deze periode kunnen we grofweg in drie periodes verdelen

Eerste fase: 3-5 weken.
Rond de vierde week verscherpen de zintuigen van de pup zich. Hij begint vast voedsel te eten, te kwispelen,
te blaffen en te bijten naar andere pups Hij gromt, begint met voorwerpen te slepen en tijdens zijn spel met nestgenoten leert de pup niet door te bijten zij leren al spelend het noodzakelijke onderwerpings gedrag zodat
het niet tot ernstige vechtpartijen zal komen..   Ook probeert hij na het slapen zijn slaapgedeelte te verlaten
om op een andere plaats zijn behoefte te doen. Deze inprentingsfase bepaald ook de toekomstige verhouding
tussen mens en hond

Tweede fase 5-8 weken
In deze fase wordt de uitdrukking van de pup expressief. De pups kunnen nu goed zien en rond de zevende
week is het tijd om naar hun nieuwe omgeving en eigenaar te gaan. Aan het eind van deze periode merken we
dat de pup voorzichtiger wordt in zijn benadering, maar zijn nog steeds zeer nieuwschierig is en alles wil onderzoeken. In week 3-6 hangt de geestelijke ontwikkeling van onze jonge hond af van de mate waarin de pup nieuwe dingen kan ontdekken, zoals kennismaken met allerlei geluiden hard en zacht bij een pup die opgroeid in een huiselijke omgeving gebeurt dit waarschijnlijk vanzelf.

 Diverse vloeroppervlakken en een verzameling uiteenlopende objecten/speeltjes, alles moet de pup kunnen onderzoeken en er mee spelen zodat vreemde voorwerpen als “normaal” wordt gezien. Maar minstens zo
belangrijk, hun contact met mensen, zowel volwassenen als kinderen. Ze moeten leren dat de wereld groter is
dan alleen de geur van het nest en de hand van hun verzorger.

Het is dan ook belangrijk dat de pup in het begin alleen door de fokker, maar later ook door anderen
opgetild wordt en persoonlijke aandacht krijgt. Zeker in de week voordat de pup naar de nieuwe eigenaar gaat. Vreemde gezichten in deze periode zijn voor de pup van groot belang in zijn ontwikkeling.   

Derde fase: 8-12 weken. Socialiseringsfase
Dit is een zeer belangrijke periode in het leven van de pup, maar waarschijnlijk ook voor u. Dit is de periode zo
rond de achtste week dat de pup van eigenaar wisseld, of net heeft gewisseld. U heeft de verantwoording van
de fokker overgenomen om een levend wezen te verzorgen.
De pup moet in deze periode wennen aan b.v. auto’s, bussen, trams, treinen, winkelcentra, etc. Probeer in
deze korte periode zoveel mogelijk positieve indrukken bij de hond achter te laten. Maar pas op, niet alles
in een keer willen. Wees consequent in uw opvoeding (wat eens mag, mag altijd – wat niet mag, mag nooit).
Beloon en straf de pup op het juiste moment: dus niet te vroeg en niet te laat.

Rangordefase
13e t/m 16e week: de pup wordt zelfstandiger, en gaat zijn toekomstige plaats in de sociale omgeving bepalen.
Hij gaat grommen bij zijn voederbak, of bijt te hard bij een spelletje. Op u rust nu de verantwoording dit jonge
dier te begeleiden tot een volwassen, stabiele hond.

Begin er meteen mee! Wacht niet tot de hond wat ouder is geworden.

Geef hem de begeleiding die zijn moeder hem ook zou geven: door hem te liefkozen en te leren te luisteren, door hem op “hondse” manier te “straffen” bij opstandig gedrag.

Puberteit
Ca. 7 a 8 maanden: de hond zal zich gaan verzetten tegen de baas – hij is ongehoorzaam – Ze zijn Oost-Indisch doof en dagen de baas uit. De hond probeert duidelijk zelf de baas te worden. Blijf consequent. Als de hond een oefening niet wil doen, dan helpt u hem daarbij, en beloont u hem als hij het goed doet. Wordt nooit boos.
Met vriendelijk en consequent handelen helpt u de hond door deze voor hem moeilijke periode heen en de hond zal u aan het eind van deze periode nog steeds als zijn leider beschouwen.